Bijna terug…

Morgen zit het er op; een jaar binnen de grenzen van de stad Amersfoort met uitzondering van een paar werktripjes naar Leusden en twee uitvaarten buiten de stad. Dit is daarmee ook de laatste blogbijdrage. En wat heeft het me gebracht?

Aan bespiegelingen valt dat bar tegen. Ik ben er niet treurig van geworden, het was geen worsteling, ik heb er eigenlijk vooral van genoten; van het versimpelde leven en van de focus op deze stad en de gedachten over de stad en stedelijkheid. Om de metafoor van de omgekeerde wereldreis te volgen; ik heb geen heimwee gehad, maar ben blij bijna terug te zijn.

En dan over wat ik heb gezien. Een stad in transitie en en passant heb ik ook wat flitsen meegekregen van de geschiedenis van de stad. Zo met de neus er bovenop was er van alles te vertellen over die transitie.

Het kantoorgebouw bij de Plotterweg dat zou veranderen in plek voor kamerbewoning en appartementen is ondertussen al lang en breed opgeleverd en bewoond. En dan het woonhuis naast Rockcity. Ik kwam er langs toen het werd gesloopt. Nu ziet het er zo uit:

In Vathorst is de ontwikkeling doorgegaan; er zijn hele buurtjes opgeleverd. Op de berg, waar ooit de Lichtenberg stond, staan al diverse huizen – allemaal lelijke catalogusonderkomens – in de stijgers. De Hudson’s Bay verdween uit het pand van de V & D en veel sneller dan ik had verwacht zat de volgende klere(n)zaak erin…

Zelfs ons eigen uitzicht is sterk veranderd. We kijken op het groeiende Hoge Kwartier en zagen al twee torens bewoond worden. Eéntje is nog aan het groeien en zo ziet het er vandaag allemaal uit:

De tweede reeds bewoonde toren is de Dirigent en die staat tegenover het zwembad en niet op deze foto…

Vandaag kwam ik nog wat geinigs tegen. Eerder deze week had ik er al vluchtig iets over gelezen en ik moet er vervolgens dus straal voorbij gefietst zijn: Een naakte dame op het Julianaplein.

Vandaag kwam ik er opnieuw langs, en inderdaad, daar stond het beeld van Anders Wilar.

En toch; wereldschokkend was het niet. Steden veranderen. Er wordt gesloopt en gebouwd, er is groei of stagnatie, er zijn geinige initiatieven en wanstaltige projecten. Het zal elders niet anders zijn. Wat naar mijn idee wel echt bijzonder was dit jaar in Amersfoort, is de aanleg van Bloeidaal.

Het kiekje van afgelopen dinsdag…

Een substantiële lap grond wordt na sloop van het St. Elisabethziekenhuis niet volgebouwd met torens, maar wordt bij een park getrokken waardoor er nu een heel aantrekkelijke plek zal ontstaan. Kom daar maar eens om. Dit zal straks naast coronaleed te vinden zijn in de kronieken over deze stad. Denk ik.

Ziezo, het zit er op. Nou, bijna dan en ik ga zoiets nooit weer doen, zoals je niet om de haverklap op wereldreis gaat, maar kan het iedereen aanbevelen.

Wagenwerkplaats

Lang geleden, toen ze net bezig waren deze industriële omgeving als hippe plek te ontginnen was er een voorstelling door Xinix-opera, de club die nu Holland Opera heet. Ze speelden in de voormalige verensmederij, wat uiteindelijk hun vaste behuizing zou worden, de opera Styx, gecomponeerd door de Arnhemmer Chiel Meijering.

Ooit was ik met een collega bij de opening van het nieuwe hoofdkwartier van de CliniClowns in een ander spoorgebouw even verderop. Toevallig heb ik in weer andere gebouwen op het terrein wel eens gegeten.

En nu ben ik dus weer eens in de Rijtuigenloods geweest, waar ooit de vorige burgemeester afscheid nam met een daverende party. Nu zag het er bepaald anders uit want dit is de Amersfoortse Coronateststraat. Een prachtige ambiance voor zoiets en voorzien van een aparte wandel- en fietsteststraat. Ik ben dus wezen testen en heb de gelegenheid te baat genomen om nog eens goed rond te kijken in dit bijzondere stukje Amersfoort waar ooit grote aantallen mensen uit het Soesterkwartier aan de arbeid waren.

Ooievaars en meer

Vorige week woensdag, het was 16 september zaten we op het kantoor op de eerste verdieping. We zaten in afwachting van een aantal gesprekken wat te babbelen en ik kijk al pratend wat naar buiten en toen zag ik dus iets wat ik nog nooit had gezien. Een eindje verderop, ik schat zo in dat het boven de sportvelden aan de rand van het Soesterkwartier was, daar cirkelde een hele groep ooievaars in het rond. Ik was daar niet meteen helemaal zeker van, zo dichtbij was het ook niet en ik ben nu ook weer geen heuse kenner. Maar ik zag wel dat het geen reigers konden zijn én dat ze groot waren en dat ze toch wel verdacht veel op ooievaars leken.

Een dag later sprak ik een oud-collega en op de één of andere manier kwam ons gesprek op de ooievaars. Dat wil zeggen, ik vertelde van deze zonderlinge waarneming en hij liet me niet uitspreken want hij had ze ook gezien. Terwijl hij op de parkeerplaat van de Gamma om zich heen keek had hij ze dus ook in het oog gekregen. De Gamma, dat was flink dichterbij. De oud-collega was meer vogelaar dan ik en wist meteen te bevestigen dat het inderdaad ooievaars waren geweest en dacht dat het er zeker dertig moesten zijn geweest. Meer dan dertig ooievaars boven de stad.

Afgelopen woensdagmiddag zag ik bij het pand van de WAR weer iets opmerkeijks. Er lag een schip aangemeerd met daarop een soort kasteel-achtig bouwwerk. Ik meende dat ik dit schip jaren terug ook eens had gezien. De volgende ochtend begon een collega er over en tijdens mijn terugreis wilde ik er een foto van maken. Tot mijn verbazing was het schip toen alweer verdwenen. De volgende dag stond het wel in de krant.

Erdal

Johan Wolbers ging samen met zijn zwager aan de slag in de schoensmeerbereiding en zo kon je in 1920 zwervend door de Jordaan op de Egelantiersgracht 219 hun bedrijf aantreffen. Tegelijkertijd was er in Hilversum sinds 1915 een vergelijkbaar bedrijf aan de gang. Werner & Mertz, een club die de naam Erdal kreeg. De bedrijven fuseerden in 1928 en onze Johan werd directeur terwijl de naam Erdal meeging. In 1935 verzonnen ze dat je niet alleen op schoenen kan smeren, maar ook op je lijf en op je tanden. Zo ontstond de dochter Prodenta en werd de behuizing in Amsterdam te klein. Op 27 mei 1937 werd de kakelnieuwe fabriek in Amersfoort geopend. Een complex ontworpen door Philip Anne Warners.

Het geinige van de fabriek was dat ze alles zelf maakten. Niet alleen de smeersels, maar ook de tubes, blikjes – aanvankelijk ging de tandpasta in blikjes – en zelfs het reclamedrukwerk. Tijdens de oorlog startte in 1941 de productie van Medinos wat in tubes ging. En daarmee was het concept tube geïntroduceerd. Wat ik heel geinig vond is dat de blikjes voor de export voorzien werden van plaatjes die verband hielden met de streek waar het product heen ging.

Na de oorlog ging het hard met het bedrijf. Er werd voor derden geproduceerd en er kwamen opkopers. Akzo, Sara Lee en uiteindelijk Unilever. In 1912 was de behuizing opnieuw veel te klein en verhuisde de productie, waar ondertussen ook die van Zendium toe behoorde, naar Compiegne. En zo hebben we nu net als veel andere steden een hippe voorheen industriële plek, de Nieuwe Stad met een dependance van het MBO, eetgelegenheden en allerhande neringdoenden.

Toren

Vandeweek heb ik dan eindelijk de toren beklommen. Dat gebeurde heel gepast in het gezelschap van enkele heuse toeristen en natuurlijk een gids. Dat was in dit geval een tanige oudere heer boordevol informatie die er voor mensen van buiten de stad misschien niet zo toe deed.

Het was prachtig weer en zelfs extreem warm voor de tijd van het jaar zodat het uitzicht misschien niet optimaal was, maar volgens de genoemde heer toch wel heel behoorlijk.

De man had uitvoerig verteld over het mirakel van Amersfoort en dat daarom die kerk was gebouwd, namelijk om in de late middeleeuwen de stroom pelgrims te faciliteren. De toren stond min of meer los van de kerk en dat was maar goed ook want toen op 2 augustus 1787 de kerk, op dat moment in gebruik als munitie-opslag, in de lucht vloog, bleef de toren staat. En zo staat-ie er nog steeds.

Het eerste deel van de beklimming leidde tot de zolder waar de klokkeluiders aan de touwen dienen te trekken. De volgende tussenstop leidde tot een eerste omgang rond de luidklokken. Meteen was het uitzicht al geweldig want in een stad als Amersfoort is er weinig toren nodig om boven de bebouwing uit te komen.

De volgende omgang was op het niveau van de carillons waar er twee van zijn wat natuurlijk reuze handig is met het oog op de beiaardopleiding. Ondertussen was het brandalarm afgegaan. Het was loos alarm, maar dat konden we toen nog niet zeker weten. Het was dus eigenaardig dat de beklimming ondanks de afschuwelijke herrie gewoon doorging. Niemand kon geloven dat er echt iets aan de hand was, niemand had zin om voor niets de boel te onderbreken en iedereen was toch een beetje ongerust zonder dat al te zeer te laten merken. Volstrekt onverantwoord collectief gedrag.

Op de bovenste omloop was het uitzicht fenomenaal. Natuurlijk was ik er om foto’s te maken. Dat moest wel in een zeker tempo gebeuren want ik bemerkte enige onrust, zeker ook bij de rondleider. Enfin, toen we weer op de luidzolder waren vernamen we inderdaad wat we al hoopten. Het was loos alarm.

Tabak

In de 17e eeuw gonsde de stad niet alleen van de textielnijverheid maar sinds het begin van de eeuw ook van de tabaksverbouw en verwerking. Het ging na 1610 van start met telers die mogelijk uit Kleef kwamen of Brussel. Misschien ook wel uit Engeland of Schotland waar de teelt vanaf 1604 was verboden.

Het idee kwam uit Amerika waar de tabak in eerste instantie bekend was als geneesmiddel. Hier werd het een genotsmiddel en omdat Amerikaanse tabak hartstikke duur was, kreeg men hier door dat er mogelijk sprake was van een verdienmodel. In Amsterdam waren ze ook al snel zover. Hier bekwaamde men zich al snel in de Handel.

De tabaksverbouw in Amersfoort en omgeving leverde een hoop werk op. Landarbeid, maar ook transport, mandenmakerij en op kleine schaal zelfs pijpenmakerij, hoewel de sterke Amersfoortse tabak vooral werd gebruikt voor snuiven en pruimen. Dat transport trouwens was niet alleen van belang voor de uitvoer van tabak, maar zeker ook voor de invoer van schapenmest. De bodem – een mengeling van zand en klei – was hier geschikt voor tabaksteelt, maar er moest altijd een flinke hoeveelheid schapenmest bij; mogelijk met wat roet en duivenmest. Dit was wel extra gedoe. Het mocht de pret niet drukken want in deze eeuw kwam men droogzolders te kort. De tabak hing op de zolder van het gemeentehuis en die van kloosters en kapellen te drogen. Zelfs de zolder van de Joriskerk werd er voor gebruikt.

Amersfoort was trouwens niet de enige plek in de Nederlanden waar tabak werd verbouwd. In Nijkerk, Elst, Rhenen, Wageningen en tot Arnhem toe deed men in tabak. Export ging richting de Oostzee, maar ook naar Italië tot op Sicilië.

Natuurlijk was er in 1672 een tijdelijke neergang geweest, maar verder ging de bloei voort. Tegen het einde van de 17e eeuw ontstond er tabaksconcurrentie uit Duitsland, hoewel het na 1713 weer crescendo ging. In de 18e eeuw kwam er export van snuiftabak naar Frankrijk op gang, maar nam ook de import vanuit Amerika toe met gevolgen voor de handel in de Amersfoortse tabak. Tijden van onafhankelijkheidsoorlog en burgeroorlog in Amerika waren hier goed voor de handel. Wat altijd spanningen op leverde voor de tabakshandel waren de belastingen en zo is de tabaksgeschiedenis een geschiedenis van belastingstrijd.

Er zaten veel Joden in de Amsterdamse tabakshandel en de eerste joodse tabakshandelaren vestigden zich rond 1654 in de stad. Ezechiël Cohen vestigde zich in de stad en zo werd dit geslacht verbonden met de tabaksgeschiedenis van deze stad, waaromheen her en der schuren stonden om de tabak te drogen. Aan de Hoge weg, de Lage weg, op de Vinkenhoef, op de Isselt. Aan de Koestraat en de Muurhuizen stonden pakhuizen voor tabak.

Tijdens de Franse tijd liep het allemaal terug met de tabaksnering, erna leefde de verbouw en handel toch weer op. Dat was niet van lange duur. Het beplante oppervlak ging hier teruglopen en het werd meer en meer een worsteling om de kwaliteit van de tabak te verbeteren. Voor de roker zat er een onaangename geur in de Amersfoortse tabak. Ondertussen nam de handel in de Amerikaanse tabak weer toe terwijl het hier ontbrak aan effectieve samenwerking. In de jaren ’50 en ’60 kwam daar de Javatabak bij. Uit de biografie van Multatuli (Dik van der Meulen, Amsterdam 2002) blijkt nota bene dat Eduarts broer Jan een tabaksplantage had op Java. Precies in die periode. Begin 20e eeuw is er nog een kortstondige tabaksopleving en dan is het als gevolg van de wereldhandel gedaan met de tabaksbedrijvigheid in Amersfoort en omgeving.

Ik las hierover een oersaai boek, de geschiedenis van de Amersfoortse tabak geschreven door Dr. J.J. Herks en uitgegeven door Martinus Nijhoff (Den Haag, 1967). Een redelijk oud boek. Misschien is er veel van het verhaal ondertussen achterhaald en slaat het allemaal nergens op. Misschien dat de grote lijn nog een kern van waarheid bevat.

WAR

Aanvankelijk heb ik ze leren kennen als de Spullenmannen, de club van absurdistische happenings als de Stille Fanfare, de broodroostermodeshow en zo meer. Vlakbij de brandweer aan de Eem staat daar dat industriële pand waar nog ‘Spullenmannen’ op staat. Ik hoor er niets meer van en te meer van de WAR. Ik denk dat er ooit wat door elkaar is gelopen en dat er een afslag is genomen en dat die afslag de WAR is gaan heten. Het accent lijkt meer te liggen bij de samenleving.

Een paar jaar was de WAR tijdelijk prominent in het Amersfoortse nieuws. De gemeente had hun terrein verkocht aan een ontwikkelaar om er appartementen te bouwen. De wereld was te klein. Er volgde actie en de WAR zou verhuizen naar het leegstaande complex aan de Heiligenbergerweg. Dat is tot nu toe niet gebeurd en vanmorgen, of eigenlijk gisteren al, maar toen mislukte mijn foto; vanmorgen dus maakte ik een paar kiekjes.

Een soort stalen silo met een halve wereldbol erop. Hier komt-ie nog eens van een andere kant gezien.

Toen ik er vanmiddag voorbij kwam zag ik dat ze er nog mee bezig waren. Bovendien zag ik in het voorbij fietsen nog zo’n silo op het terrein van de WAR liggen, volgens mij met nóg zo’n halve aardkloot. Dat artistieke van de spullenmannen is er dus nog niet uit en het lijkt er bovendien op dat de ontwikkelaar nog lang niet in aantocht is.

Wat me regelmatig overkomt is het volgende. Ik schrijf, net als nu, een stukje en denk vervolgens, toch even die website opzoeken. Dat had ik natuurlijk eerder moeten doen. Ik het nu dus gedaan en zo ontdekte ik dat dit silomysterie niet wordt genoemd en bovendien dat de spullenmannen nog steeds bestaan als één van de vele onderdelen van deze inspirerende club.

En dan volgt hier een toevoeging van 19 september. De andere zuil staat ondertussen ook en zoals op de agenda van de site te zien is hebben we te maken met Expokeer – wereldtentoonstelling Amersfoort. Leuk! Een collega dacht dat er Euro stond. Dat krijg je met kunstzinnige letters. Aha, vandaar een halve wereld op een zuil. Een gebroken wereld? Dat klinkt ineens wel weer heel Christelijk.

Plaatselijke geschiedenis

Dit blog gaat deels over plaatselijke geschiedenis. De Bierhistorie, de kampbuurt, architectuur en binnenkort volgt ook nog de tabaksteelt. Mijn bronnen bestaan uit de biep, waar de boeken over Amersfoort netjes bijeen staan, Archief Eemland, SIESTA, en sommige collega’s, waaronder een historicus met plaatselijke belangstelling (in het bijzonder de plaatselijke NSB tijdens de oorlog).

En nu is er een bron bij gekomen. In het Amersfoortse AD van vandaag las ik dat Wulf Hofland, oud-directeur van de bibliotheek voor varenden te Rotterdam, een geschiedenis-van-Amersfoort-website is gestart. De insteek vond ik wel geestig, het gaat om door hem geschreven artikelen – hij spreekt liever over opstellen – over onderwerpen waarvan hij vind dat de algemeen aanvaardde mening niet juist kan zijn. Als voorbeeld noemt hij de toren van de Joriskerk. Die is zo enorm dik dat het wel een deel van een kasteel geweest moet zijn. En nu volgt de grote anticlimax. De site is niet te bereiken; ik kom alleen maar terecht op de site van het AD waar dus deze info vandaan komt en blijf in een kringetje ronddraaien. Dat gaat vast goed komen, maar vooralsnog is dit het onbevredigende einde van een verslag dat geen verslag werd.

En nu dan het goede nieuws. Gisteren heb ik het websiteadres niet goed overgenomen, het zal enthousiasme zijn geweest. Nu heb ik nog eens rustig gekeken en de site gevonden.

Antennes

Het ouderlijk huis lag wat hoger en kijkend vanuit mijn raam richting de binnenstad zag ik in de verte de toren van de Eusebiuskerk en daarvóór op de daken een woud aan antennes. Die zijn allang uit het stadsbeeld verdwenen, maar we kregen er wel wat voor terug. Eerst kwamen er schotelantennes, en toen kwamen er zendmasten voor telefoonverkeer.

Een half jaar geleden zag ik een enorme kraan bij het Farelcollege aan de Paladijnenweg staan. Er werd een zendmast geplaatst. Hetzelfde zag ik gebeuren op diverse flats in Liendert. Er was opnieuw een hijskraan in het spel en er liepen dan mannen met veiligheidsjassen op het dak en ineens was er zo’n zendding geplaatst of bijgekomen.

Vanmorgen keken we richting de Berg waar in de buurt van de Floep 1 – de naam is hier ingeburgerd – feitelijk naast de watertoren die wordt verbouwd, een grote zendmast staat. De mast leek hoger dan voorheen. Dat is weer zo’n geval van heb ik ooit goed opgelet, of is hier werkelijk wat gebeurd? Ik ben wezen kijken en heb en passant kunnen constateren dat de Floep 1 zo goed als klaar is. Maar daar ging het niet om. Ik ben dus wezen kijken en maakte de volgende rare foto:

De toren die wij uit de verte zien van dichtbij gezien. Als je goed kijkt zie je dat het bovenste deel wat witter is. Is dat een nieuw deel? Ik denk het, maar weet het natuurlijk niet zeker.

Maar waarom al die extra voorzieningen? Dat lijkt me simpel. 5G moet het hebben van veel meer kleinere ‘zenders’. Er moeten dus links en rechts van die signalen bijgeplaatst worden. En dan is dit natuurlijk een mooie gelegenheid om de hele 5G- toestand te bespreken en van commentaar te voorzien. Dat ga ik dus niet doen. In de Correspondent deden ze dat wel.

Leefbare stad

Daar ging het eerder over en het zou de titel kunnen zijn van een lijvige verhandeling. Die gaat helaas niet volgen. Ik zag wel een paar signaaltjes die ondanks het uitblijven van andere signaaltjes vrolijk stemden.

Ik moest bloed prikken in het Meander waar een afspraak maken vanwege Corona tegenwoordig gewenst is. Ik heb een afspraak gemaakt en was dus veel te vroeg. Toen besloot ik tot een kleine omzwerving en zo kwam ik bij de parkeergarage voor het personeel.

Het lijkt wel een behuizing in Burgers Zoo. Nog een paar jaar en dan is de boel helemaal dichtgegroeid en is het een paradijs voor vogels, spinnen en andere krioelend gedierte. Hier nog de lange kant.

Als je goed kijkt zie je dat het niet alleen om heel veel hedera gaat, maar ook om ander groen. Overigens wordt de parkeergarage voor bezoekers, die deels onder het ziekenhuis zit, maar deels ook niet, ook overgroeid met groen.

En toen zag ik opnieuw een stadsbus met daarop de claim dat-ie helemaal op stroom rijdt.

De volgende tekst komt van de site van Syntus: Steeds meer elektrische bussen verschijnen op de wegen in het Utrechts openbaar vervoer. Begin 2020 reden er nog 17 elektrische bussen bij vervoerders U-OV en Syntus Utrecht in de provincie. Dat aantal wordt uitgebreid met nog eens 60 stuks ; 55 voor het stadsvervoer en 5 voor het stadsvervoer in Amersfoort en de omliggende regio. Op dit moment zijn uit deze nieuwe serie de eerste 25 e-bussen succesvol in gebruik genomen (dat eerst stadsvervoer, zou het om de stad Utrecht gaan? Of moet er streekvervoer staan?). Het betekent mooi minder lawaai en geen roetwolken in je gezicht wanneer je langs een optrekkende bus rijdt. Fijn.

En toen was er ook nog een ballonnetje dat in de plaatselijke politiek is opgelaten. 30 km/uur in heel Amersfoort. Bravo! Alleen jammer dat er dan toch een paar uitzonderingen worden gemaakt. Bovendien jammer, heel jammer, dat de plaatselijke politiek hier sowieso geen trek in heeft.

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag